Het enige echte Zeeuwse dier
 

 

Artikel Provinciale Zeeuwse Courant, 1-3-2004

 

De schapen van Jan Breel zijn niet gewend aan zoveel bekijks. Terwijl hij de bezoekers van de open dag rondleidt, overstemmen ze zijn verhaal massaal met geblaat. Zaterdag was de boerderij in Veere open voor belangstellenden.

 

De bezoekers komen net op tijd. In een apart hoekje van de stal is zojuist een drieling geboren. Twee lammetjes liggen nog versuft in het stro. Het derde zoekt de uier van zijn moeder. De oudere lammeren verdringen zich bij het hek, nieuwsgierig naar de gezinsuitbreiding. De lammetjes op de boerderij van Breel blijven kort bij hun moeder, een paar dagen tot een week. Daarna worden ze kunstmatig gevoed, want de melk van het moederschaap is nodig voor de kaas.

 

De familie Breel heeft 250 Zeeuwse melkschapen. „Het is het enige dier dat Zeeuws voor de naam mag hebben“, vertelt Breel trots. Het melkschaap is een oud ras, met een eigen stamboek. Ze zijn tammer dan schapen die gehouden worden voor het vlees en de wol, vooral omdat ze twee keer per dag, bij het melken, in contact met mensen komen. De schapen zien er ook anders uit dan de Texelse die we altijd in de wei zien. Die zijn stevig gebouwd, met veel wol. „Het Zeeuwse melkschaap heeft een onbewolde kop, onbewolde poten, een lange dunne staart en een roze neus. Het liedje ’Slaap, kindje slaap’ slaat op het melkschaap“, weet Breel. „Er is geen enkel ander schaap dat witte voetjes heeft.“

 

Het had weinig gescheeld of het melkschaap was helemaal verdwenen. Voor de oorlog had iedere Walcherse boer er wel een paar. De boeren maakten kaas van de melk, de jonge, nog natte schapenkaas was een typisch product van de streek. Het boerenbedrijf veranderde en de schapen verdwenen, maar de laatste jaren is het melkschaap weer in opkomst, vooral in Zeeland en in Friesland. De familie Breel gebruikt de melk alleen om kaas te maken. Tachtig procent van de kaas verkopen ze zelf.

 

Het is de eerste keer dat de boerderij aan de Bieweg open is voor publiek. „We staan vaak op markten en mensen vroegen ons of ze eens mochten komen kijken. Daar staan we best voor open, maar we kunnen niet drie of vier keer in de week een rondleiding geven.“ Breel vindt het zichtbaar leuk om zijn bedrijf te laten zien. Hij stoort zich aan het negatieve beeld dat bestaat over boeren. „Als de agrarische sector in het nieuws is, zie je een mestkar op televisie. Als het over veehouders gaan, zie je altijd die nare beelden van kalfjes.“ Bij Breel in de stal is het leven goed, zien de bezoekers. De schapen en lammeren hebben genoeg ruimte om rond te scharrelen en de jonkies kunnen zich uitleven.

 

Maar de familie heeft de beesten niet voor de lol. Breel: „We hebben de schapen voor een economisch doel.“ Dat betekent bijvoorbeeld dat de voeding wordt afgestemd op een hoge melkproductie. De schapen worden ook gefokt op productiviteit. En het melken gebeurt in een speciale melkstal. De melk verdwijnt rechtstreeks in de kaastobbe. Romantisch is het vak allang niet meer, merkt ook dat jongetje dat toch nog steeds boer wil worden. Breel: „We werken zeven dagen in de week, vierentwintig uur per dag. Maar ik klaag niet, want we doen het graag.“

 

Voor meer informatie:

Vereniging 'Het Zeeuwse Melkschaap'

J.J. Breel

Bieweg 8

4351 SK Veere

Tel.: 0118 – 50 13 42

E-mail: janenhuup@hetnet.nl

Internet: www.schapennet.nl

  © 2001-2006 Vrienden van het Platteland - tel. 0800 0230155 - info@vvhp.nl